Mislukt

Vandaag is een beetje mislukt.
Ik had twee afspraken en die zijn niet doorgegaan. De derde, die eigenlijk de eerste was, wel. Het maakte veel goed.
Maar toch is vandaag een beetje mislukt.
Er was plots tijd over en in plaats van die al werkend en productief op te vullen besliste ik te lezen. Laat ons dat deze keer ook als nuttig catalogeren.

En zo zat ik rond 18u30 in mijn zetel met een boek op de schoot. Languit. Ontspannen. Tot de deurbel ging.
Was ik een vierde afspraak vergeten? Onaangekondigd bezoek is bij mij zeldzaam of zelfs onbestaand. Vooral omdat ik er niet van hou. Mensen weten dat.
Ik wierp mijn boek snel op de houten salontafel, wipte verrassend energiek uit de zetel en stond in drie sprongen bij de voordeur. Door het raampje in die deur zag ik drie personen staan. Twee dames, één heer. Ik herkende ze niet.
“Getuigen van Jehovah!” schoot meteen door mijn hoofd.
Gezwind opende ik de deur en toverde mijn mooiste glimlach tevoorschijn. Ik vind een glimlach heel belangrijk. Altijd. Het ontspant, is vriendelijk, kost geen geld en o verrassing: het doet geen pijn! Velen onder ons moeten dat helaas nog ontdekken.
Ik vond die brede glimlach op dat moment wel volstaan en zei verder geen woord.
De drie figuren voor mijn deur volgden zowaar mijn voorbeeld. Ze glimlachten ook. En in eerste instantie zei niemand een woord. Een beetje vreemd, maar we waren vriendelijk. Met z’n allen.

Net voor het ongemakkelijk begon te worden nam de heer van het gezelschap enthousiast het woord:
‘We komen ons even voorstellen.’
Ik bleef glimlachen.
‘Je kent ons waarschijnlijk wel?’
Ik haalde mijn schouders op, behield mijn glimlach.
‘Alé… haar ken je zeker.’ zei de grijze man, nu wat minder zelfzeker, toen hij niet de verwachte reactie kreeg. Hij wees naar de jongste dame van het gezelschap die er wat nerveus bij stond.
‘Ze woont hier wat verder in het dorp.’ vulde hij aan.
‘Neen.’ zei ik vriendelijk. ‘Ik ken hier helemaal niemand.’
Ik overdreef lichtjes, maar een groot leugen was het niet. Als ik thuis ben stel ik me niet bijster sociaal op. Na enkele jaren ken ik mijn dichtste buren, maar verder is het integreren nooit gegaan.
Het gezelschap voor mijn huis werd lichtjes ongemakkelijk.
‘Wel…’ zei de man snel, ‘dit is schepen X.’ wijzend op de tweede dame vlak naast hem en hij stak me gelijktijdig drie flyers in de handen waarop evenveel mensen me breed grijzend aankeken. Hun naam stond telkens vet gedrukt onder de foto.
‘Ik ben hier eens geweest voor die bomen of struiken voor je huis…!’ vertelde Schepen X me snel en eveneens lichtjes zenuwachtig.

Ik herinnerde me inderdaad hoe vier of vijf jaar terug twee bomen voor mijn huis zo snel, naarstig, maar nietsontziend groeiden dat hun wortels mijn drempel en gevel naar de verdoemenis hielpen. De lieve bomen moest in functie van mijn woonveiligheid verdwijnen. Aangezien het niet mijn bomen maar die van de gemeenschap waren, moest ik hiervoor aankloppen bij mijn gemeentebestuur. De verantwoordelijke functionarissen gingen snel over tot actie, waardoor mijn bestaan nooit in het gedrang kwam. Oef!
Deze levensreddende daad stak Schepen X nu maar al te graag op haar hoed. Ik gun het haar.

‘Misschien kun je aan ons denken op 14 oktober.’ kirde de vriendelijke dame het uit.
Ook zij stopte me snel drie flyers met andere grijnzende gezichten in de handen.

14 oktober. Gemeenteraadsverkiezingen. Deze middag schoof mijn postbode nog een oproepingskaart in de brievenbus.
‘DE STEMMING IS VERPLICHT’ stond er zwart gemarkeerd. Ik hou niet zo van verplichtingen. Vandaar dat die postlevering en die bewuste datum me nog vers in het geheugen lagen.

De jongedame die ik volgens de heer zeker had moeten kennen, volgde het voorbeeld van haar twee kompanen en stak me op haar beurt nog eens drie andere flyers in de handen. De stapel papier in mijn hand werd zo langzaamaan indrukwekkend. In een flits dacht ik aan die andere bomen die in functie van deze en andere verkiezingspropaganda waren gesneuveld.
‘Veel succes.’ sprak ik hen bemoedigend en gemeend toe. Mijn glimlach was er nog altijd. Het deed nog steeds geen pijn.
‘Ik hoop dat we op je steun mogen rekenen!’ sloot de woordvoerder gehaast af.
‘Ik zal het overwegen.’ antwoordde ik aarzelend, terwijl het drietal zich snel omdraaide en de straat opstapte.

Ik sloot mijn voordeur, zwierde de negen flyers snel op de keukentafel, plofte me in de zetel, nam mijn boek te hand en bedacht nog snel voor ik verder las:
‘Niet enkel mijn dag is een beetje mislukt.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s